Maak een afspraak
Maak een afspraak met een van onze chiropractoren. Maak je keuze voor een locatie:
Een tenniselleboog is een van de meest voorkomende oorzaken van pijn aan de buitenkant van de elleboog, en je hoeft er nooit voor te hebben getennist. De klacht is vervelend en soms hardnekkig, maar de wetenschap laat duidelijk zien welke aanpak op de lange termijn het beste werkt. We leggen uit wat een tenniselleboog is, wat echt helpt en waarom geduld vaak loont.
Een tenniselleboog (laterale epicondylalgie) is een overbelastingsklacht van de peesaanhechting aan de buitenzijde van de elleboog. De meeste mensen herstellen binnen een jaar, ook zonder ingrijpende behandeling. Rustig en gedoseerd blijven bewegen werkt op de lange termijn beter dan een snelle oplossing zoals een corticosteroid-injectie: die dempt de pijn eerst, maar vergroot juist de kans dat de klacht terugkomt.
Een tenniselleboog, in medische termen laterale epicondylalgie of laterale elleboogtendinopathie, is een klacht van de pezen die aan de buitenzijde van de elleboog vastzitten. Deze pezen horen bij de spieren waarmee je je pols en vingers strekt. Bij langdurige of herhaalde overbelasting ontstaan kleine beschadigingen in de peesaanhechting, met pijn en gevoeligheid aan de buitenkant van de elleboog als gevolg.
Lange tijd werd gedacht dat het om een ontsteking ging. Uit weefselonderzoek blijkt echter dat er vooral sprake is van een verstoord herstel van de pees, ook wel tendinose genoemd, en niet zozeer van een klassieke ontsteking. Dat verklaart mede waarom ontstekingsremmers en injecties niet altijd het verwachte langetermijnresultaat geven. Kenmerkend is pijn bij grijpen, tillen, een hand geven of iets uitwringen.
Een tenniselleboog is een veelvoorkomende klacht. Bevolkingsonderzoek laat zien dat ongeveer 1 tot 3 procent van de volwassenen er per jaar mee te maken krijgt, met een prevalentie rond de 1,3 procent in de algemene bevolking. De klacht komt het meest voor tussen het 40e en 60e levensjaar, met een piek rond 45 tot 54 jaar, en treft mannen en vrouwen ongeveer even vaak.
De naam is misleidend: de meeste mensen met een tenniselleboog tennissen helemaal niet. Veel gevallen ontstaan door herhaalde belasting in werk of dagelijkse bezigheden, zoals klussen, tillen of langdurig computerwerk. Tennissers hebben gedurende hun leven wel een hoger risico, maar zij vormen slechts een klein deel van alle mensen met de klacht.
Het natuurlijk beloop van een tenniselleboog is gunstig. Bij een afwachtend beleid herstelt naar schatting 83 tot 90 procent van de mensen binnen een jaar. Dat is belangrijk om te weten, want het betekent dat de klacht bij de meeste mensen vanzelf de goede kant op gaat.
Een bekende gerandomiseerde studie (Smidt e.a., Lancet 2002) vergeleek drie aanpakken: een corticosteroid-injectie, fysiotherapie en een afwachtend beleid. Na zes weken leek de injectie veruit het beste: ongeveer 92 procent had baat, tegenover 47 procent bij fysiotherapie en 32 procent bij afwachten. Na een jaar was het beeld echter omgekeerd. In de injectiegroep kwam de klacht bij ongeveer 72 procent terug, tegenover 8 procent na fysiotherapie en 9 procent bij een afwachtend beleid.
Een latere studie in JAMA (Coombes e.a., 2013) bevestigde dit patroon. Een corticosteroid-injectie verminderde de pijn in de eerste weken, maar leidde na een jaar tot duidelijk meer terugval dan een nepinjectie: ongeveer 54 procent tegenover 12 procent. De onderzoekers concludeerden dat de snelle winst niet opweegt tegen het slechtere resultaat op de langere termijn.
Een injectie dempt de pijn snel, maar vergroot op de lange termijn juist de kans dat de tenniselleboog terugkeert.
Als injecties niet de beste langetermijnoplossing zijn, wat dan wel? Het onderzoek wijst richting oefentherapie en verstandig omgaan met belasting. Gedoseerde krachtoefeningen voor de onderarm, waaronder oefeningen waarbij de spier zich langzaam verlengt onder spanning (excentrische oefeningen), verbeteren volgens systematische reviews zowel de pijn als de kracht bij een tenniselleboog.
Belangrijk is de balans in belasting. Activiteiten die de pijn duidelijk uitlokken worden tijdelijk aangepast, terwijl de pees stap voor stap weer wordt opgebouwd. Volledig stilzitten is meestal niet nodig en zelfs onwenselijk: de pees heeft juist gedoseerde prikkels nodig om te herstellen. Een op maat opgebouwd programma, eventueel met begeleiding, helpt om die opbouw verantwoord te doen. Meer lees je op onze pagina over tenniselleboog en over oefentherapie.
De belangrijkste boodschap is geruststellend: een tenniselleboog gaat bij de meeste mensen vanzelf over, ook al kan dat maanden duren. Geduld en een verstandige opbouw van belasting leveren op de lange termijn meestal een beter resultaat op dan een snelle ingreep. Blijf binnen de grenzen van de pijn bewegen, pas provocerende activiteiten tijdelijk aan en bouw daarna geleidelijk weer op.
Let ook op techniek en ergonomie, bijvoorbeeld bij sport, klussen of computerwerk, zodat de pees niet steeds opnieuw overbelast raakt. Twijfel je over de opbouw of blijft de klacht aanhouden, dan kan een deskundige je begeleiden en meekijken of er misschien iets anders speelt.
Wanneer is het verstandig om naar de (huis)arts te gaan?
Een tenniselleboog is meestal onschuldig, maar sommige signalen passen er niet bij. Neem contact op met je huisarts bij: