Maak een afspraak
Maak een afspraak met een van onze chiropractoren. Maak je keuze voor een locatie:
Carpaaltunnelsyndroom is de meest voorkomende beknelde zenuw en geeft tintelingen, een doof gevoel en nachtelijke pijn in de hand. Wat helpt echt: een spalk, oefeningen, een injectie of toch opereren? We zetten het bewijs op een rij.
Carpaaltunnelsyndroom geeft tintelingen, een doof gevoel en nachtelijke pijn in de hand doordat de middelste armzenuw ter hoogte van de pols bekneld raakt. Bij lichte tot matige klachten helpen een polsspalk en gerichte oefeningen vaak al goed. Een injectie geeft meestal kortdurende verlichting, terwijl een operatie vooral bij ernstige of hardnekkige klachten meerwaarde heeft. Hieronder lees je wat het onderzoek hierover laat zien.
Carpaaltunnelsyndroom is de meest voorkomende beknelde zenuw van het lichaam. De carpale tunnel is een smalle doorgang aan de binnenkant van je pols, gevormd door de handwortelbotjes en een stevige band eroverheen. Door die tunnel loopt de nervus medianus, de zenuw die het gevoel verzorgt in je duim, wijsvinger, middelvinger en de helft van de ringvinger. Raakt de zenuw in die tunnel bekneld of onder druk, dan ontstaan de kenmerkende klachten. Naar schatting krijgt 1 tot 5 procent van de bevolking er op enig moment last van, en over een heel leven gerekend loopt dat op tot ongeveer 10 procent.
De klachten ontstaan vaak geleidelijk. Factoren die de kans vergroten zijn onder meer langdurige of herhaalde polsbelasting, overgewicht, zwangerschap, een verminderde schildklierwerking en diabetes. Vaak is er niet een duidelijke enkele oorzaak aan te wijzen, maar een combinatie van factoren die de ruimte in de tunnel verkleinen of de zenuw gevoeliger maken.
Typisch zijn tintelingen of een doof, slapend gevoel in de duim, wijs- en middelvinger. Veel mensen worden er s nachts wakker van en schudden dan met de hand om het gevoel terug te krijgen. Overdag kunnen de klachten opspelen bij activiteiten waarbij de pols gebogen blijft, zoals fietsen, een telefoon vasthouden of autorijden. Bij langer bestaande klachten kan de kracht in de hand afnemen en gaan mensen dingen laten vallen of moeite krijgen met fijne handelingen zoals een knoopje dichtmaken.
Bij lichte tot matige klachten adviseren richtlijnen om te beginnen met behoudende behandeling. Een polsspalk die de pols s nachts in een neutrale stand houdt, vermindert de druk op de zenuw en is bij niet-ernstige klachten een effectieve optie. Daarnaast worden vaak zenuw- en peesglijdoefeningen ingezet: rustige, gedoseerde bewegingen die de zenuw meer bewegingsruimte geven en de mechanische belasting verlagen. Reviews van gerandomiseerde studies laten zien dat deze neurodynamische oefeningen bij milde tot matige klachten symptomen en handfunctie kunnen verbeteren, vaak als aanvulling op een spalk en leefstijl- of ergonomisch advies. Wil je meer weten over de aanpak bij hand- en polsklachten, lees dan ook onze pagina over polsklachten.
Een injectie met een ontstekingsremmer (corticosteroid) in de pols wordt vaak gebruikt als de spalk onvoldoende helpt. Uit een systematische review met netwerk-meta-analyse blijkt dat zo een injectie op de korte termijn een statistisch aantoonbaar effect geeft op de ernst van de symptomen, maar dat het verschil binnen de eerste drie maanden klein is en meestal onder de grens van een voor de patient merkbaar verschil blijft. Na zes maanden was er geen aantoonbaar voordeel meer op symptomen, en op de handfunctie werd geen duidelijk effect gevonden. Een injectie is dus vooral een tijdelijke overbrugging, geen blijvende oplossing.
Voor een blijvend resultaat, zeker bij ernstige of langdurige klachten, is een operatie (het openen van de band boven de tunnel) doorgaans effectiever. Onderzoek laat betere uitkomsten zien voor chirurgie bij ernstige klachten, met matig sterk bewijs voor de effecten op middellange en lange termijn. Recente vergelijkende studies tussen operatie en injectie bevestigen dat een operatie op langere termijn vaker een duurzaam resultaat geeft, terwijl een injectie de klachten alleen tijdelijk verlicht. De keuze hangt af van de ernst, hoe lang de klachten al bestaan en jouw persoonlijke situatie.
De grote lijn uit het onderzoek is geruststellend: bij lichte tot matige klachten is het verstandig eerst te starten met een spalk en oefentherapie, omdat dat vaak al verlichting geeft zonder ingrijpen. Helpt dat onvoldoende, dan kan een injectie tijdelijk soelaas bieden, en pas bij ernstige of hardnekkige klachten of bij krachtverlies is een operatie de meest doeltreffende volgende stap. Belangrijk is dat de diagnose eerst goed wordt gesteld: niet elke tinteling in de hand komt door de carpale tunnel, en de aanpak verschilt per oorzaak. Een gerichte beoordeling helpt om de behandeling te kiezen die bij jouw klacht past.
⚠ Aanhoudende gevoelloosheid die niet meer wegtrekt, of duidelijk krachtverlies en dunner worden van de duimmuis.
⚠ Plotseling ontstane, hevige uitval of pijn in de hand.
⚠ Klachten na een val of ongeval, of in combinatie met koorts en een gezwollen, rode pols.