Maak een afspraak
Maak een afspraak met een van onze chiropractoren. Maak je keuze voor een locatie:
Heupartrose — slijtage van het heupgewricht — is een van de meest voorkomende oorzaken van pijn in de lies, heup of bovenbeen na je vijftigste. Toch is de behandeling waar wetenschappelijk het meeste bewijs voor is verrassend eenvoudig: bewegen. In dit artikel lees je wat gedegen onderzoek laat zien over de oorzaken, de pijn en wat er écht helpt bij heupartrose.
Bij heupartrose worden het kraakbeen en het gewricht van de heup geleidelijk dunner en ruwer. Dat geeft pijn in de lies, bil of bovenbeen en stijfheid, vooral bij het opstarten. Grote studies laten zien dat een combinatie van uitleg en oefentherapie de pijn gemiddeld met een kwart tot een derde vermindert en het lopen verbetert — zonder operatie. Bewegen is bij heupartrose dus geen risico, maar juist de basis van de behandeling.
Artrose is de meest voorkomende gewrichtsaandoening ter wereld. Bij heupartrose wordt het gladde kraakbeen dat de kop en de kom van het heupgewricht bekleedt langzaam dunner en ruwer. Het gewricht wordt daardoor stijver en beweegt minder soepel, en het bot eromheen kan verdikken. De klachten bestaan meestal uit pijn diep in de lies, soms uitstralend naar de bil of de voorkant van het bovenbeen, samen met stijfheid die vooral ’s ochtends of na lang zitten optreedt en meestal binnen een half uur wegtrekt.
Artrose komt vooral voor op oudere leeftijd en is een belangrijke reden waarom mensen boven de 65 minder mobiel worden. Belangrijk om te weten: de mate van slijtage op een röntgenfoto zegt lang niet altijd iets over hoeveel pijn iemand heeft. Sommige mensen met duidelijke slijtage hebben nauwelijks klachten, terwijl anderen met beperkte afwijkingen veel last ervaren. De behandeling richt zich daarom op je klachten en functie, niet alleen op het beeld.
Heupartrose ontstaat door een samenspel van factoren. Leeftijd en erfelijkheid spelen een rol, net als geslacht en de vorm van je heupgewricht. Daarnaast zijn er factoren waar je zelf invloed op hebt. Overgewicht verhoogt de kans op heupartrose — in onderzoek een ongeveer 1,7 keer verhoogd risico — doordat het gewricht zwaarder wordt belast en vetweefsel ook ontstekingsstoffen afgeeft. Een eerdere heupblessure is een sterke risicofactor (ongeveer vier keer verhoogd risico), en zwaar lichamelijk werk of jarenlange hoge impactbelasting kunnen eveneens bijdragen. Juist die beïnvloedbare factoren — gewicht, spierkracht en beweging — vormen het aangrijpingspunt van de behandeling.
Internationale richtlijnen zijn het erover eens: uitleg (educatie), oefentherapie en gewichtsbeheersing zijn de eerste keus bij heup- en knieartrose, nog vóór pijnstillers of een operatie. Een systematische review met meta-analyse uit 2023 vond dat oefentherapie bij heupartrose een klein tot matig gunstig effect heeft op pijn en functie in vergelijking met geen behandeling. De effecten zijn niet spectaculair, maar wél echt en betrouwbaar — en oefentherapie is veilig.
Het bekendste voorbeeld is het GLA:D-programma, dat bestaat uit een paar voorlichtingssessies en ongeveer twaalf begeleide oefensessies over acht weken. In een analyse van meer dan 28.000 mensen met heup- of knieartrose uit Denemarken, Canada en Australië verbeterde de pijn gemiddeld met 26 tot 33%, ging de loopsnelheid vooruit en konden deelnemers makkelijker opstaan uit een stoel. Wil je weten hoe zulke klachten worden aangepakt, lees dan meer over heupartrose en de rol van oefentherapie bij het opbouwen van kracht en vertrouwen in beweging.
Niet elke populaire behandeling houdt stand in onderzoek. In een zorgvuldig opgezette studie in JAMA (2014) met 102 patiënten bleek een programma van manuele therapie en oefeningen niet beter te werken dan een nepbehandeling op pijn en functie. De les daaruit is niet dat je niets moet doen, maar dat de actieve component — zélf bewegen en spierkracht opbouwen — de kern is. Passieve technieken kunnen tijdelijk verlichting geven, maar vervangen het bewegen niet.
Afvallen bij overgewicht vermindert de belasting van de heup en wordt daarom aangeraden naast oefeningen. Voor een deel van de mensen met vergevorderde heupartrose blijven de klachten ondanks alles fors; een heupprothese is dan een effectieve ingreep. In het GLA:D-onderzoek liet ongeveer 30% van de heupartrosepatiënten zich binnen twee jaar alsnog opereren. Dat betekent dat bewegen niet altijd een operatie voorkomt — maar het verbetert wél je conditie en herstel, en veel mensen stellen een ingreep ermee uit of hebben hem niet nodig.
“Bij heupartrose is bewegen geen bedreiging voor het gewricht, maar de best onderzochte behandeling.”
De boodschap is hoopvol: je kunt zelf veel doen. Blijf in beweging met activiteiten die de heup weinig belasten, zoals wandelen, fietsen en zwemmen, en bouw daarnaast gericht spierkracht op rond heup en bovenbeen. Bouw rustig op en wees niet bang voor wat pijn tijdens het bewegen: zolang de klachten binnen een dag weer wegzakken, is bewegen veilig en juist zinvol. Let op een gezond gewicht en zoek begeleiding voor een programma dat bij jouw klachten en niveau past.
Consistentie is belangrijker dan intensiteit. Een paar keer per week bewegen dat vol te houden is, levert op de lange termijn meer op dan af en toe een zware training. Een zorgverlener kan je helpen de juiste oefeningen te kiezen, de opbouw te bewaken en je vertrouwen in bewegen te vergroten.